Dat Carice van Houten overtuigend een zware rol kan neerzetten wist ik al sinds Komt een Vrouw bij de Dokter. Maar of ze er in het Engels net zou goed in zou zijn vroeg ik me af voordat ik Black Butterflies keek. Gelukkig stelde ze me niet teleur.
Voorafgaand aan de film lichtte regisseuse Paula van der Oest ‘haar’ film kort toe. Hoe bijzonder het was om in Zuid-Afrika te draaien. Maar ook dat we geen happy ending moesten verwachten. Om verschillende redenen ging er bijna tien jaar overheen voordat de film de bioscoop haalde. Het verhaal is autobiografisch en vertelt over het leven van Ingrid Jonker, een Zuid-Afrikaanse dichteres ten tijde van het Apartheidsregime. Op een dag wordt ze van de verdrinkingsdood gered door Jack Cope, een schrijver. Het is het begin van een ingewikkelde romance die stukloopt door de vrijzinnigheid van Ingrid. “Alles wat ik wil is een thuis” is een citaat uit de film dat Ingrid’s gevoel goed omschrijft. Bij haar vader, een rechtse minister van de Nasionale Party, heeft ze dat nooit gevonden. Maar haar zoektocht lijkt oneindig.
Paula van der Oest gaf toe voordat ze aan de film begon nog nooit van Ingrid Jonker gehoord te hebben. Door verschillende documentaires leerde ze haar tragische verhaal kennen en ze zag er wel een speelfilm in. Het levensverhaal van Ingrid laat zien hoe grootse creativiteit zowel voor je als tegen je kan werken. De schaduwzijde ervan kan een bittere nasmaak hebben. Geen happy ending dus, maar de film laat wel een diepe indruk achter na afloop. Wat mij betreft een mooie eindfilm van het festival.